Als er goed volk in de kerk was, stond de ondergedoken dr. H. Berkhof soms ineens weer op zijn kansel in Lemele

donderdag, 21 mei 2026 (11:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Dr. K. Blei (94), voormalig secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, publiceert na vier jaar werk de omvangrijke biografie Hendrikus Berkhof. Theoloog onderweg (VBK Media, 768 pagina’s), die vrijdag in de Haagse Kloosterkerk wordt gepresenteerd. Kort na het voltooien van het manuscript werd Blei begin dit jaar ernstig ziek; zijn dochter en schoonzoon hebben vervolgens de registers van het boek samengesteld en de afronding mogelijk gemaakt.

Blei, die sinds 1970 in Haarlem woont en nog tot voor kort actief bleef in prediking (ook in Franstalige kerkdiensten), kent prof. dr. H. Berkhof van heel nabij. Hij beschrijft hoe Berkhof als rector van het seminarie in Driebergen in januari 1960 de nieuwe lichting studenten persoonlijk maakte en studenten avondbezoeken aflegde: voorbeelden van zijn directe invloed op predikanten en op de Hervormde Kerk. Blei bewaart aantekeningen van Berkhofs praktische colleges over pastoraat en leest het schrijven van deze biografie als een “feest van herkenning”; voor hem is het boek dan ook “hét boek over Berkhof”.

De biografie plaatst Berkhof als centrale theoloog van de wederopbouwjaren, iemand die zich inzette voor eenheid binnen de Hervormde Kerk en die de Bijbel leest als een doorlopende visie op heil in Jezus Christus. Kenmerkend voor Berkhofs denken is de koppeling van Schrift en actualiteit: hij vond dat christenen dagelijks krant en Bijbel naast elkaar moeten leggen om de betekenis van het Evangelie in de hedendaagse geschiedenis zichtbaar te maken. Ook durfde hij in het officiële kerkelijke discours thema’s aan te snijden die vaak aan de rand van het christendom werden behandeld, zoals de zichtbaarheid en betekenis van visioenen in Openbaring.

De biografie belicht verder Berkhofs levensloop en theologische lijnen: zijn vroege dissertatie over Eusebius en de verhouding tussen kerk en staat, zijn studie in Duitsland in de jaren dertig, zijn respect maar afstand tot het denken van Karl Barth, en zijn opvolging van prof. K.H. Miskotte als hoogleraar in Leiden in 1960. Blei benadrukt dat Berkhof niet van zijn leerstellingen afweek, maar de consequenties van zijn christologische uitgangspunten uitwerkte; hij noemt hem “de meest consistente” theoloog na de Tweede Wereldoorlog.

Persoonlijke anekdotes maken duidelijk hoe Berkhof leefde en werkte: tijdens de oorlogsjaren hielp hij bij het onderbrengen van Joodse kinderen en dook hij in 1942 zelf onder op aanwijzing dat de Gestapo hem zocht; desondanks bleef hij in die tijd soms stiekem preken verzorgen. Zijn opstelling in bezettingstijd en zijn pastorale werkwijze dienden Blei zelf als voorbeeld in zijn predikantschap.

Blei ziet in zijn boek een antwoord op een lacune: de levensbeschrijving van Berkhof had er volgens hem al lang moeten zijn. De biografie biedt een uitvoerige reconstructie van Berkhofs denkweg en is bedoeld om zowel theologen als kerkleden inzicht te geven in hoe Berkhofs begrip van Christus als “zin der geschiedenis” praktisch en theologisch vorm kreeg. Voor lezers binnen meer reformatorische kringen bevat Blei tevens een oproep om de eigen traditie serieus te nemen en niet bang te zijn Gods hand in de geschiedenis te signaleren.