Anne-Goaitske Breteler geeft familie Zwart uit Moddergat een stem

zaterdag, 4 april 2026 (19:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Anne‑Goaitske Breteler, antropologe en publiekshistorica, schreef het Friese boekenweekgeschenk Oan ’e ein fan De Oere over de familie Zwart uit Moddergat. Ze woont zelf in een authentiek fiskershúske in Peazens‑Moddergat met haar vriend Durk Slager, hun zoontje Gerrit‑Durk en de hond; die directe verbondenheid met de plek hielp haar onderwerp vinden en te doorgronden. Architectonische details van het huis – de kenmerkende knik in het dak, de bedstede en blauw‑witte tegeltjes met Friese motieven – illustreren hoe wonen en traditie samenhing in het vissersdorp.

Breteler kreeg eind 2024 de opdracht voor het boekenweekgeschenk en werkte met haast: het manuscript moest in de zomer van 2025 af. Ze deed lokaal onderzoek, sprak met dorpsbewoners en kreeg toegang tot de boerderij die Jan Zwart als legaat aan museum ’t Fiskershúske naliet; het museum heeft het legaat nog niet formeel geaccepteerd vanwege financiële consequenties. Haar portret van de Zwarten belicht zowel hun orthodoxe geloofsbeleving als hun menselijkheid en eigenaardigheden: broers die puriteinse lectuur lazen, een broer die met witte lakens over de zeedijk liep, en familieleden die leden van verschillende kerken werden. Die tegenstrijdigheden maakt Breteler juist belangrijk: ze tonen hoe mensen zingeving zoeken, ook wanneer dat afwijkt van het dorpse normbeeld.

Het boek werd goed ontvangen: de tweede druk is uitverkocht en lezingen tijdens de Boekenweek trokken volle zalen; veel aanwezigen kenden nog Jan Zwart persoonlijk. Haar vaste uitgever vroeg om een Nederlandse vertaling; Breteler neemt die vertaling zelf voor haar rekening en wil extra context toevoegen voor niet‑Friese lezers.

Centraal in haar reflectie staat de zorg over de teloorgang van de mienskip (gemeenschap). Breteler signaleert dat toerisme en nieuwkomers uit het westen het sociale weefsel veranderen: mensen halen uit een gebied, maar brengen weinig terug, wat volgens haar bijdraagt aan de „vervlakking” van het bestaan. Ze citeert de observatie van Dirk Zwart dat vroeger de kerk beslag op het dorp had, terwijl nu de wereld beslag heeft op mensen; daarmee raakt ze aan een groter thema: het collectieve zoeken naar betekenis in een individualistische tijd. Voor Breteler is dit persoonlijke én professioneel werk — het schrijven hielp haar ook bij de verwerking van het verlies van haar vader en bij het begrijpen van de religieuze cultuur die deze streek vormde.