„De dominee heeft niet te klagen, kijk eens wat een mooie pastorie wij bieden"
In dit artikel:
Ds. G.W.S. Mulder uit Gouda schrijft in De Saambinder over het beroepingswerk binnen de Gereformeerde Gemeenten. Sommige gemeenten hebben meer dan 120 beroepsbrieven verstuurd zonder een predikant te krijgen, terwijl andere gemeenten regelmatig een voorganger ontvangen. Mulder benadrukt dat een beroep volgens de Bijbelse visie niet primair door menselijke voorkeuren wordt bepaald: God is de Zender en beslist uiteindelijk waar Hij Zijn dienaren brengt.
Aan de hand van Calvijns onderscheid tussen een inwendige en uitwendige roeping legt Mulder uit dat een predikant zich innerlijk door God geroepen moet weten. Die roeping wordt vervolgens uiterlijk bevestigd door het beroep van een gemeente. Ook wanneer meerdere gemeenten een predikant beroepen, is volgens Mulder uiteindelijk slechts één beroep beslissend: het beroep waarvan de predikant gelooft dat God het op zijn hart bindt. Dat komt terug in de eerste vraag van het bevestigingsformulier voor predikanten.
Mulder waarschuwt ervoor het beroepingswerk vooral menselijk te benaderen, bijvoorbeeld door te letten op het aantal beroepen, de kwaliteit van een pastorie of de aantrekkelijkheid van een gemeente. Gemeenten die lang vacant blijven, moeten volgens hem niet concluderen dat hun dienst aan God vergeefs is. Hij roept op tot geestelijk meeleven en wijst op Christus als de Goede Herder, die voor Zijn gemeente zorgt, ook wanneer er geen predikant is. Als voorbeeld noemt hij de gemeente Poortugaal, die na vijftig jaar vacant te zijn geweest het jubileumboek de titel gaf: „50 jaar vacant, maar niet zonder Herder.”
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op tv-optreden Mona Keijzer: ‘Ik ben fan van haar, maar…’