Deze twintigers traden toe tot de kerk
In dit artikel:
Een opvallende omslag: steeds meer jongeren uit generatie Z noemen zich gelovig. Drie portretten illustreren waarom en hoe dat gebeurt — elk verschillend, maar met gemeenschappelijke thema’s: persoonlijke relaties, nieuwsgierigheid, gemeenschap en praktische veranderingen in levensstijl.
Chanel Hoogendoorn (24) uit Hazerswoude-Dorp, IC-verpleegkundige, belandde via haar partner Leon in de gereformeerde gemeente van Benthuizen. Ze groeide op in een niet-gelovig gezin en stond aanvankelijk vijandig tegenover de kerkelijke gebruiken die Leon meebracht. Langzaam raakte ze geïnteresseerd door gesprekken met kerkleden, een laagdrempelige beginnerscursus en nachtlange gesprekken met een ouderling. Kleine gedragsveranderingen — stoppen met fluiten op zondag, dagelijks Bijbellezen en bidden — gingen vooraf aan haar doop vorig jaar. Chanel worstelt nog met sommige gebruiken (zoals rok dragen en dorpsgerichte sociale controle), maar noemt haar geloof nu een innerlijke zekerheid en honger naar meer Bijbelkennis.
Rick van Baren (26) uit Rijnsburg, in opleiding tot fitnesstrainer, kwam via een collega voor het eerst naar de christelijke gereformeerde kerk. Zijn start was praktisch en bijna toevallig: een vriendin weigerde zijn vloeken en stuurde hem mee naar de kerk. De sfeer in de jeugdvereniging trok hem, maar zijn geloof zakte enkele jaren weg door relaties en corona. Een appje van de dominee voor een beginnerscatechisatie trok hem er weer in; het voelde voor Rick als een persoonlijke oproep. Na doop in 2023 groeide zijn geloof dankzij mentorbegeleiding, catechisatie en jeugdwerk. Voor hem is geloof inmiddels een dagelijkse houvast die werk, studie en omgang met anderen richting geeft.
Owen Nuis (22), student toegepaste psychologie in Amsterdam, komt uit een vrij, niet-gelovig links huishouden in Zwolle. Zijn belangstelling begon via een vriend die hem “nieuwsgierig maakte” met Bijbelteksten; Owen las zelf, voelde een onverwachte rust en herkende in sommige Bijbelopvattingen zijn eigen intuïties (bijvoorbeeld over abortus en rollen van man en vrouw). Voor hem werd geloof minder een intellectueel project dan een levenskeuze: niet alleen regels naleven, maar liefde zien als bewuste inzet en vertrouwen op Jezus’ werk. Hij woont vlakbij en bezoekt de Noorderkerk; met Pinksteren doet hij belijdenis en wordt gedoopt. Zijn proces kent nog ups en downs, maar hij ziet de doop als bevestiging van zijn keuze.
Gezamenlijke factoren uit de drie verhalen: een persoonlijke trigger (partner, vriend, dominee), de aantrekkingskracht van een warme jeugd- of kerkgemeenschap, onderwijs via catechese en preken, en concrete rituelen zoals doop en belijdenis die de omslag bestendigen. Tegelijk leidt bekering vaak tot concrete levensaanpassingen — minder uitgaan, andere mediagewoonten, andere zedelijke keuzes — en soms tot wrijving met eerdere sociale gewoonten of familieachtergrond.
Deze voorbeelden passen in het bredere beeld dat onder jonge volwassenen in Nederland hernieuwde belangstelling voor religie groeit. Voor velen lijkt geloof een antwoord op leegte, individuele onzekerheid en de behoefte aan zingeving, sociale verankering en morele richting in een sterk geïnividualiseerde samenleving.