"Biertje met de dominee": hoe de kerk volgens Henk Boerman van betekenis kan zijn op het platteland
In dit artikel:
In Westerveld (Drenthe) leidde een zorgwekkend beeld uit het rapport Kerkenvisie Westerveld (2021) — dat zonder ingrijpen tien van de dertien kerken op termijn zou verliezen — tot initiatief en verandering. Predikant ds. M. (Mark) de Jager, recent bevestigd in Dwingeloo, zette een kettingreactie in gang door contact te zoeken met de IZB (de zendingvereniging) en zo Missie Westerveld op te zetten. Henk Boerman, hoofd Impact bij de IZB en auteur van het boek Biertje met de dominee, tekent in dat boek het proces en de lessen van dit pionierswerk op.
Boerman benadrukt dat missionair werk op het platteland wezenlijk anders is dan in de stad. Dorpen kennen een hogere sociale cohesie: kerk en dorpsgemeenschap overlappen vaak, waardoor veranderingen zichtbaarder en ingrijpender zijn, maar ook gevoeliger. Twee grote knelpunten zijn daarom: 1) de beperkte schaal — het dorp is vaak te klein voor het ontstaan van een volledig nieuwe, zelfstandige geloofsgemeenschap naast een bestaande kerk; 2) 'diepe wortels' — oude, soms negatieve ervaringen met de kerk blijven generatieslang doorwerken. Tegelijkertijd kunnen relatief kleine, missionaire ingrepen grote positieve effecten hebben; een nieuw gezin of een laagdrempelige activiteit kan een dorpse geloofsgemeenschap opmerkelijk opbeuren.
De IZB ziet een groeiende vraag naar missionaire toerusting vanuit plattelandsgemeenten, ingegeven door urgentiegevoelens rond leegloop en door inspirerende voorbeelden elders (zoals Siddeburen, Sebaldeburen en Westerveld zelf). Boerman hoopt dat zijn boek drempels verlaagt en kerken aanzet tot actie: “Dat kerken zeggen: dit kan ook bij ons gebeuren.”
Praktisch advies uit het boek richt zich op de zogenaamde ‘brede rand’: activiteiten waarin het Evangelie niet direct geproclameerd hoeft te worden, maar waar mensen wel veilig deel kunnen nemen — bijvoorbeeld maaltijden, huiswerkbegeleiding of laagdrempelige gespreksgroepen. Hiermee is er geen verborgen agenda, maar wel een dubbele intentie: mensen welkom heten en hen tegelijk ruimte bieden om dichter naar geloofsgemeenschappen toe te groeien. Uit onderzoek en praktijk blijkt dat ervaren van gemeenschap vaak belangrijker is voor geloofsontwikkeling dan directe confrontatieve evangelisatie; zichtbare voorbeelden van christelijk leven (bidden in verdriet of blijdschap) maken indruk.
Boerman richt zich nadrukkelijk ook tot traditionele kerken: zij hoeven niet radicaal te veranderen om missionair te zijn, maar wel van mindset. In plaats van vasthouden aan rouw over krimp is luisteren naar de omgeving, aanwezig zijn en eenvoudige, toegankelijke activiteiten organiseren vaak de eerste stap. Zoals burgemeester Jouke Spoelstra in het boek opmerkt: de kerk kan opnieuw als aantrekkelijk en waardevol gezien worden.
Kortom: Missie Westerveld laat zien dat missionair werk op het platteland mogelijk en effectief kan zijn wanneer kerken hun deuren openen, investeren in relatie en praktijkgerichte activiteiten aanbieden. Het proces vraagt geduld, transparantie en een andere kijk op wat groei en kerkzijn kunnen betekenen in kleine gemeenschappen.