Kerk moet Jodenhaat verwerpen als vijandschap tegen Jezus
In dit artikel:
Na de Hamaspogrom van 7 oktober 2023 richtte veel publieke aandacht zich aanvankelijk kritisch op Israël, nog vóór de militaire reactie, waardoor de genocidale intenties achter de aanval volgens de auteur op de achtergrond raakten. Sommige politieke en mediastandpunten versterkten volgens het artikel een narratief dat Hamas juist in de hand werkte en leidde tot beschuldigingen richting Israël — waaronder het onterecht spreken over genocide — die inmiddels zelfs in verkiezingsprogramma’s opduiken. Tegelijk klonken wel tegengeluiden: stemmen die de link legden tussen de terreur en diepgewortelde Jodenhaat in bepaalde islamitische kringen, of die het antisemitisme binnen internationale instituten signaleren.
De schrijver, een emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland, benadrukt dat het kerkelijk optreden tot nog toe te zwak is geweest. Hij roept bisschoppen en synodescriba’s op nadrukkelijker het publieke debat in te gaan: niet alleen om te veroordelen uitspraken die oproepen tot Israëlische verdrijving, maar vooral om theologisch te duiden waarom antisemitisme ook voor christenen problematisch is. Centraal staat het argument dat de Joden in de christelijke traditie het uitverkoren volk zijn en dat aanvallen op hen in wezen ook een aanval op Christus en zijn plaats in de heilsgeschiedenis betekenen. Jezus’ afkomst en continuïteit met Israël zijn volgens de auteur essentieel voor het begrip van Hem als „de Weg”; wie het Joodse volk marginaliseert, ontneemt daarmee een wezenlijk aspect van Christus zelf.
Het artikel wijst ook op de emotionele en misleidende kracht van moderne „bloedsprookjes” — het beeld van het Israëlische leger als barbaarlijke kindermoordenaars of de ongefundeerde genocidebeschuldiging — en stelt dat dergelijke verhalen direct schadelijk zijn voor zowel Joden als het christelijk getuigenis. Concreet vraagt de auteur van de kerk:
- expliciet Jodenhaat te verwerpen als vijandschap tegen Christus;
- de rol van anti-Israëlische desinformatie in hedendaagse antisemitische sympathieën te benoemen;
- de regering op te roepen te stoppen met deelname aan procedures bij het Internationaal Gerechtshof die volgens hem de genocidebeschuldiging legitimeren, of anders publiekelijk die beschuldiging te veroordelen.
Tot slot wijst hij op inconsequentie: als kerkelijke leiding zich mag uitspreken over asielbeleid (onder verwijzing naar bisschop De Korte en synodescriba Van Ekris), dan is deze kerk- en maatschappijfundamentele kwestie — de bestrijding van antisemitisme en verdediging van het Joodse volk als theologisch relevant — des te meer reden tot open optreden.