Kerkelijke gemeente vooral gediend met goede onderherder
In dit artikel:
In de gereformeerde traditie wordt prediking vaak als het hoogtepunt van de eredienst gezien: liturgie en opleiding zijn erop ingericht en bij de keuze van dominees wegen preekvaardigheden zwaar. De auteur — een Canadese voorganger, spreker en schrijver — betoogt dat zulke nadruk begrijpelijk is, maar dat de kerk in de praktijk niet afhankelijk kan zijn van een groot aantal uitzonderlijke predikers. Historisch en hedendaags zijn er maar weinig voorgangers wiens preken generaties lang gelezen worden; grootheid in prediking vereist naast jarenlange oefening ook een zeldzame combinatie van aangeboren talent en zalving door de Geest.
De schrijver put daarbij uit een voorbeeld van Theodore Cuyler (eind 19e eeuw), die stelde dat slechts een kleine minderheid het talent heeft om uit te groeien tot een buitengewoon prediker, terwijl de meerderheid wél goede herders kan zijn als zij Christus en de mensen liefhebben. Van daaruit volgt de centrale stelling: kerken hebben vooral behoefte aan toegewijde herders die goed voor het volk zorgen, niet per se aan geniale kanselredenaren.
Goed herderschap vraagt geen zeldzaam preektalent, maar wel liefde voor God en Zijn gemeente, toewijding, een godvruchtig karakter en trouw in pastorale zorg. Zulke eigenschappen zijn bereikbaarder voor veel meer predikanten. Praktische zorg, pastorale nabijheid en trouw waakzaamheid zijn daardoor vaak belangrijker voor het geestelijk welzijn van een gemeente dan indrukwekkende preken. Uiteraard mogen en moeten we dankbaar zijn voor bijzondere predikanten die de kerk zegenen, maar de kerk is niet afhankelijk van zulke uitzonderingen om haar roeping te vervullen.
Kortom: de gereformeerde kerken zouden, naast waardering voor goede prediking, meer nadruk moeten leggen op nederig, liefdevol herderschap. Zelfs dominees met gemiddelde preekvaardigheden kunnen uitstekende voorgangers zijn wanneer zij Christus en de mensen die aan hen zijn toevertrouwd, daadwerkelijk liefhebben en dienen.