Kritiek Raad van Kerken op "radicaal-rechts" misplaatst en eenzijdig
In dit artikel:
Een gereformeerd emeritus-predikant bekritiseert een recent rapport van de Raad van Kerken over “de omgang van de kerken met radicaal-rechts gedachtegoed”. Volgens de auteur faalt het rapport omdat het geen heldere definities geeft van radicaal-rechts, discriminatie en racisme en daardoor belangrijke nuance en onderzoek mist. Zonder nauwkeurige begripsafbakening worden grote groepen critici van immigratie en van de groei van de islam snel weggezet als (radicaal-)rechts of als potentiële bedreigingen, terwijl veel van die mensen volgens hem geen rechts-radicale racisten zijn maar oprechte zorgen hebben.
De schrijver verwijt de beraadgroep dat zij de huidige maatschappelijke situatie niet kritisch onderzoekt maar als uitgangspunt neemt; daardoor blijven vragen over de mogelijke gevolgen van verdere bevolkingsveranderingen en islamitische groei onbeantwoord. Hij voert aan dat de rapporttekst stil blijft over historische voorbeelden waarbij de islam volgens hem het christendom en de lokale cultuur ondermijnde, en dat die stilte een halfslachtige voorstelling van zaken oplevert.
Het rapport erkent volgens de auteur terecht dat mensen met een migratieachtergrond discriminatie ervaren en dat langdurig wantrouwen ontmoediging kan veroorzaken. Maar de auteur noemt dit een halve waarheid: het bespreekt naar zijn zeggen onvoldoende de rol van problematisch gedrag van nieuwere immigranten en vermeldt niet dat discriminatie ook van autochtonen jegens migranten kan uitgaan. Daardoor wordt volgens hem kritiek op bepaalde beleidskeuzes te snel geëtiketteerd als radicaal-rechts.
Verder hekelt de auteur dat het rapport radicaal-rechts omschrijft als antidemocratisch, racistisch en masculiniteit verheffend, zonder te erkennen dat sommige van die eigenschappen – zo stelt hij – ook kenmerkend zijn voor de islam. Hij betoogt dat de Raad van Kerken zwijgt over antiblanke ressentimenten en te weinig oog heeft voor de gepercipieerde bedreiging van cultuur, vrijheid en geloof door islamitische opvattingen.
Ook signaleert hij een dubbele moraal rond geweld: het rapport veroordeelt deelname aan gewelddadige acties tegen de komst van asielzoekerscentra expliciet, maar blijft volgens de auteur stil over gewelddadige pro-Palestina-activiteiten. Tot slot wijst hij op inconsistente handhaving binnen kerkgemeenschappen: maatregelen tegen leden met racistische opvattingen worden genoemd, maar de Raad heeft volgens hem minder snel ingegrepen bij kerkleden die volgens hem tegen Bijbelse leer ingaan.
De auteur pleit impliciet voor een zorgvuldiger, meer gedifferentieerde benadering van zorgen over immigratie en religieuze verandering door kerken, met duidelijke definities en een eerlijkere weging van verschillende vormen van discriminatie en geweld.