Markt in de kerk: wat vinden protestanten daar eigenlijk van?

vrijdag, 21 augustus 2026 (12:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Promovenda Celine Oldenhage van de Universiteit Leiden onderzoekt hoe het interieur en gebruik van gereformeerde kerken in Amsterdam tussen 1566 en 1800 veranderden. Na de Alteratie van 1578, toen Amsterdam van rooms-katholiek gereformeerd werd, golden kerken niet langer als gewijde plaatsen. Oldenhage bestudeert hoe gelovigen met die nieuwe opvatting omgingen.

Dat blijkt onder meer uit de omgang met het avondmaalsgerei. Direct na de Alteratie gebruikten gelovigen eenvoudig tinnen vaatwerk uit hun eigen huis, omdat er nog geen speciaal gerei was. Toen men bang werd dat dit vaatwerk beschadigd zou raken of verloren zou gaan, mochten alleen kosters en diakenen het hanteren. In de loop der generaties kreeg het gerei daardoor steeds meer een bijzondere, bijna rooms-katholiek aandoende status en werden speciale bekers en borden gemaakt.

Ook het dagelijks gebruik van de kerk veranderde. Tot ongeveer 1660 namen vrouwen zelf een stoel mee of huurden die van een stoelenzetster. De kerkenraad verbood die particuliere verhuur later niet vanwege de handel zelf, maar vanwege ruzies en wanorde. Tijdens de ongeveer tien wekelijkse diensten werden bovendien armen verzorgd, begravingen voorbereid en liepen bezoekers geregeld voortijdig weg. Daarom ontstonden steeds meer regels.

Aan het einde van de zeventiende eeuw sloten Amsterdamse kerkenraden de kerkdeuren overdag, nadat diefstal, vernielingen en andere wanordelijkheden waren toegenomen. De kerk verloor zo haar functie als ontmoetingsplaats. Pas aan het einde van de achttiende eeuw gingen predikanten religieuze betekenissen verbinden aan gebruiken die eerder vooral uit praktische noodzaak of gewoonte waren ontstaan.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp ziet Monique Hansler opnieuw in topvorm: 'Zo is die vrouw niet!'