Meditatie: Liefdegaven

donderdag, 9 april 2026 (07:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Drie vrouwen—Maria Magdalena, Maria (de moeder van Jakobus) en Salome—komen na de sabbat naar het graf van Jezus met zelfgemaakte specerijen om zijn lichaam te zalven. Ds. C. van den Oever (predikant te Rotterdam) bespreekt in zijn commentaar uit 1859 dat zij deze mengsels waarschijnlijk ’s nachts na de sabbat hadden bereid; het ging om mirre, aloë, wierook en vergelijkbare kruiden die men toen gebruikte om lichamen tegen bederf en geur te beschermen. Hun handelen was niet louter een praktische handeling: ze wilden niet met lege handen bij de Heer verschijnen, maar iets van liefde en eer betonen. Van den Oever wijst erop dat sommigen hun werk overbodig noemden, zeker omdat Nicodemus volgens het evangelie al enorme hoeveelheden specerijen had gebracht, en dat critici daarom spreker van verkwisting zouden kunnen zijn. De predikant verwerpt die kritiek: hij leest hun inzet als een uitdrukking van een overvloedige, onverzadigbare liefde die niet vraagt of iets strikt noodzakelijk is. Zo zet hij de aandacht niet op de efficiëntie van hun gebaar, maar op de innerlijke motivatie van toewijding en eerbied bij het verzorgen van het lichaam van Christus.