Mennonieten blijven toch in Suriname, ondanks protesten
In dit artikel:
Een groep mennonieten uit Belize wil opnieuw in Suriname vestigen, nadat eerdere pogingen van voornamelijk Boliviaanse mennonieten vorig jaar op tegenstand stuitten. Eind 2022 vroegen pioniers uit de Boliviaanse gemeenschap toestemming aan de Surinaamse regering om een nieuwe kolonie te starten; president Chandrikapersad Santokhi stond aanvankelijk positief tegenover het plan en gaf ruimte voor zo’n vijftig gezinnen. Toen de plannen in de zomer van 2023 uitlekten ontstond groot verzet in Suriname, vooral onder inheemse en marrongemeenschappen, uit vrees voor grootschalige houtkap en schending van lokale rechten. De regering trok daarop de toestemming in en de mennonieten moesten medio 2024 het land verlaten.
De nieuwe poging wordt georganiseerd met hulp van de Nederlandse ondernemer Ruud Soeverein. Na mislukte landtransacties via zijn bedrijf Terra Invest, probeert hij het nu via Braganza Marketing Group NV om grote percelen te verwerven voor nederzettingen van mennonieten uit Belize. Allen Reimer, een bekend lid van de Belizeaanse kolonie Spanish Lookout, zegt dat enkele gemeenschapsleden twee maanden geleden naar Suriname reisden en dat men nu „in een fase van informatie verzamelen” zit; binnenkort zou een definitief besluit vallen. Reimer benadrukt dat de komst volgens hem voordelen brengt voor voedselproductie en investering.
De Surinaamse regering heeft tot nu toe weinig gereageerd. President Jennifer Geerlings-Simons zei bij haar aantreden dat zij niet op de hoogte was en dat het dossier zou worden onderzocht; sindsdien is het stil gebleven. De kwestie balanceert tussen grote financiële en agrarische beloften van de mennonieten en de scherpe maatschappelijke gevoeligheden rond milieu, landrechten en culturele impact. Suriname zal moeten afwegen of potentiële economische baten opwegen tegen de risico’s voor regenwoud en de belangen van inheemse en marrongemeenschappen.