"Met God aan onze kant": kan oorlog rechtvaardig zijn?
In dit artikel:
Analist Björn Soenens bespreekt hoe religie vandaag wordt ingeroepen om militaire acties te legitimeren, met de oorlog tussen de VS (met Israël) en Iran als casus. Begin dit jaar viel een Amerikaanse piloot boven Iran; hij werd op Paaszondag gered. Kort daarvoor – op 26 maart – organiseerde Pentagonofficial Pete Hegseth een gebedsbijeenkomst waarin hij teksten en symbolen gebruikte die verwijzen naar de kruisvaarders, en hij presenteerde de strijd als godsdienstig gerechtvaardigd. Paus Leo XIV reageerde scherp: hij veroordeelde het misbruik van Gods naam voor militaire en politieke doelen. President Trump antwoordde via sociale media met persoonlijke aanvallen op de paus; Leo hield voet bij stuk en zei dat hij zal blijven spreken tegen religieuze rechtvaardigingen voor oorlog.
Soenens plaatst dit hedendaagse conflict in de lange traditie van de rechtvaardige-oorlogleer (bellum iustum), ontwikkeld vanaf de klassieke oudheid en verder uitgewerkt door denkers als Augustinus en Thomas van Aquino. Die traditie hanteert vier strenge criteria: een echte, ernstige aanleiding; uitputting van vreedzame alternatieven; proportionaliteit tussen middelen en doel; en juiste intenties. Volgens Soenens worden die drempels in het huidige beleid — zeker rondom de aanval op Iran op 28 februari 2026 — niet serieus beantwoord. De inval vond plaats zonder breed overleg met bondgenoten, zonder nationaal of internationaal mandaat en zonder een uitgewerkt strategieplan, terwijl er volgens diplomatieke bronnen juist nog een mogelijk nucleair akkoord met Iran en Oman in de maak was. Trump zou zich hebben laten overhalen door een powerpoint van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.
De schrijver vergelijkt recente beslissingen met eerdere oorlogen: de verdrijving van Saddam Hoessein in 2003 maakte een einde aan een dictator, maar leidde tot machtsvacuüm, chaos en uiteindelijk terrorisme; de Tweede Wereldoorlog wordt gezien als gerechtvaardigde strijd tegen fascisme, ondanks geallieerde excessen; Oekraïne voert sinds 2022 een verdedigingsoorlog tegen Russische agressie die volgens Soenens gerechtvaardigd is; de Israëlische oorlog in Gaza noemt hij voortschrijdend buiten proportie en neigend naar genocide. De huidige aanval op Iran heeft volgens Soenens grote collateral damage: miljoenen Iraniërs lijden, de regio destabiliseert, olieprijzen stijgen en geopolitieke winst wordt geboekt door rivals als Rusland en China. VN-humanitair hoofd Tom Fletcher rekende voor dat het geld dat dagelijks aan deze oorlog wordt besteed veel levens had kunnen redden; hij noemde de operatie roekeloos.
Culturele en morele dimensies komen terug in de tekst. Soenens haalt Bob Dylans anti-oorlogssong “With God on Our Side” aan als een waarschuwing tegen de retoriek die oorlogen sacraliseert en daarmee twijfel en morele reflectie uitsluit. Hij verwijst ook naar Barack Obama’s Oslo-toespraak van 2009, waarin de toenmalige president erkende dat oorlog soms onvermijdelijk is maar nadruk legde op de klassieke voorwaarden van rechtvaardiging — een kader dat volgens Soenens Trump en zijn bondgenoten momenteel negeren door te beginnen met de conclusie dat God hun kant kiest.
De kern van Soenens’ betoog is dat het religieus legitimeren van militaire macht de democratische en morele discussie ondermijnt: het verandert oorlog in spektakel en triomfalisme en sluit ruimte voor twijfel en verantwoording. Paus Leo XIV staat daarin symbool voor een tegenstem: hij vraagt—in navolging van katholieke tradities die de kruistochten later betreurden—waarom het lijden van duizenden Iraniërs gerechtvaardigd zou zijn als God goed is. De auteur sluit met de stellige vraag of geweld ooit heilig kan zijn en stelt dat wie God claimt als bondgenoot vaak elke vorm van morele reflectie weert, terwijl juist die reflectie nu dringend nodig is.