Mexicaanse Silvia (52) verloor haar hele leven door vervolging
In dit artikel:
„Ik barstte in huilen uit en vroeg God: waarom moet ik vluchten als een crimineel?” Dat is het begin van het verhaal van Silvia en haar man Leopoldo, twee leden van een onafhankelijke pinkstergemeente in San Juan Ozolotepec, een inheems bergdorp in de Mexicaanse staat Oaxaca. Vanaf hun bekering rond 2002 veranderde het leven drastisch: Leopoldo werd voorganger van de nieuwe gemeente Getsemaní, maar dat leidde tot groeiende vijandigheid van dorpsgenoten en lokale autoriteiten, onder aanvoering van dorpspresident Pedro Cruz González.
De spanningen namen toe toen de gemeente een eigen gebouw wilde bouwen. Buren reageerden met sociale boycots — toegang tot water, elektriciteit en zorg werd lastig gemaakt, handelspartners werden afgeschrikt — en met openlijke bedreigingen: oogst en dieren zouden worden vernield en zelfs moord werd gesuggereerd. Omdat inheemse gemeenschappen in Mexico grotendeels hun eigen gebruiksrecht mogen toepassen, ontbreekt vaak de effectieve aanwezigheid van federale instanties; dat creëert volgens het verhaal ruimte voor straffeloosheid bij schendingen van mensenrechten. Veel dorpelingen zagen het protestantse geloof als een bedreiging van de lokale, syncretische religieuze tradities.
De intimidatie escaleerde in november 2013. Op 5 november werd Leopoldo door een menigte gegrepen, uitgedost en zwaar mishandeld; hij werd "meer dood dan levend" achtergelaten. Een deel van de gemeente — vooral vrouwen en kinderen — plaatste zich in beslag genomen huizen en werd dagenlang omsingeld zonder voedsel. Uiteindelijk werden de meesten gered nadat familieleden de interventie van federale politie en de Nationale Mensenrechtencommissie (CNDH) afdwongen; Leopoldo werd uit de gevangenis gehaald maar gedwongen het dorp te verlaten door een ondertekend document.
Silvia verloor materieel alles — ze droeg haar varkens over en verliet haar huis. Zij en haar gezin vluchtten naar Oaxaca-Stad, waar ze met gebroken ribben en littekens probeerden opnieuw te beginnen. Gedurende de crisis vonden zij troost in Bijbelverzen en geloofservaringen; het vergeven van de daders kostte jaren en blijft moeilijk. Tegelijk ontkent Arturo Manuel Díaz León, directeur religieuze zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (SEGOB), dat er in Mexico sprake zou zijn van religieuze intolerantie.
Het verhaal illustreert een structureel probleem: de botsing tussen behoud van inheemse culturele autonomie en de bescherming van individuele religieuze vrijheid. In afgelegen gemeenschappen kan lokale druk snel omslaan in isolatie en geweld, terwijl federale mechanismen om vervolging en discriminatie te onderzoeken of te voorkomen vaak te laat of onvoldoende ingrijpen.
Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp geniet van Lionel Messi: ‘We kijken naar iemand die van een andere planeet is!'