Nederlandse Gereformeerde Kerken verliezen opnieuw leden, zorgen over tekort aan predikanten
In dit artikel:
Het Jaarboek 2026 van de Nederlandse Gereformeerde Kerken, met teldatum 1 oktober 2025, schetst een beeld van aanhoudende krimp maar ook enkele verzachtende tekenen. Het ledental daalde het afgelopen jaar met circa 1,5%, minder scherp dan de voorgaande jaren (ruim 2% en ruim 3%). Sinds de kerkfusie drie jaar geleden is het totaal teruggelopen van 138.379 leden naar bijna 10.000 minder (-≈7%). Ook het aantal plaatselijke gemeenten nam af, van ongeveer 320 naar 305.
Opvallend is een geboorteoverschot: er overleden 852 leden terwijl er ruim duizend dopen werden geregistreerd; het daadwerkelijke geboortecijfer ligt vermoedelijk hoger omdat sommige ouders hun kinderen bewust niet laten dopen, zo wordt in het Jaarboek opgemerkt. Mobiliteit tussen kerken blijft groot: ruim 2.000 leden vertrokken naar andere verbanden en ruim 1.000 stroomden in. De grootste instroom kwam vanuit de PKN en de Christelijke Gereformeerde Kerken; uitstromen ging onder meer naar de PKN, evangelische gemeenten en CGK. Voor bijna duizend voormalige leden is de bestemming onbekend, en bijna 1.350 schreven zich uit zonder zich elders aan te sluiten.
Een serieuze zorg is het oplopende tekort aan predikanten. In twee jaar tijd verloor het verband 29 gemeentepredikanten (waarvan 19 in 2025); het afgelopen jaar traden slechts drie nieuwe predikanten aan. De komende tien jaar staan grote aantallen emeriteringen gepland (57 in de eerstvolgende vijf jaar, daarna nog eens 39). Momenteel zijn er 212 gemeentepredikanten in actieve dienst en circa 50 in bijzondere functies.
Emeritus-predikant K. Harmannij benadrukt dat de NGK na de fusie vooruitgang boekt en afstand neemt van een eerder defensieve houding. Volledige landelijke aansluiting bij de PKN is volgens hem momenteel niet het doel, vanwege verschillen in kerkrecht en geloofsverbondenheid, al bestaan er lokaal wel contacten. De cijfers weerspiegelen bredere trends van ontkerkelijking en personele schaarste die ook andere Nederlandse kerkgenootschappen treffen.