Op Goede Vrijdag 2001 fietste Lau Jansen tussen de vrachtauto's met kadavers door naar de kerk
In dit artikel:
Het recente optreden van mond- en klauwzeer (MKZ) op het Griekse eiland Lesbos — en enkele weken eerder op het Europese deel van Cyprus — herinnert Nederlandse boeren aan de zware MKZ-epidemie van 2001, die dit voorjaar 25 jaar geleden is. MKZ blijft een constante dreiging: vorig jaar werd in januari nabij Berlijn een kleine besmetting met waterbuffels vastgesteld en toenmalig landbouwminister Femke Wiersma bestelde uit voorzorg 100.000 vaccin doses. Boeren reageren dan ook alert op nieuwe uitbraken en maatregelen in EU-landen.
De verhalen uit 2001 illustreren waarom. Veel veehouders ondergingen preventieve ruimingen terwijl hun dieren niet ziek waren. Dat heeft diepgaande schade aangericht: verlies van investeringen in gezondheid en foklijnen, jarenlange productiedalingen en versplinterde gemeenschappen. Wethouder en oud-accountant Bennie Wijnne (66) herinnert zich vooral de onduidelijke communicatie van de overheid en het gevoel dat boeren onterecht gekort werden op vergoedingen. Melkveehouder Henk van den Brink (70) beschrijft hoe moeilijk het aanvankelijk was om nieuw vee te krijgen en hoe de veestapel en melkproductie pas jaren later weer stabiliseerden.
In Kootwijkerbroek en omliggende dorpen escaleerden spanningen. Een infectieverklaring voor het bedrijf van kalverhouder Rien Teunissen op 29 maart 2001 was gebaseerd op één laboratoriummonster van één kalf zonder duidelijke ziekteverschijnselen; dat voedde wantrouwen en roddels, met een gezin dat tijdelijk geëvacueerd moest worden. Zijn zoon Marnix (36) vertelt dat het gezin uiteindelijk verhuisde en in Friesland opnieuw begon; de familie spreekt niet graag over het vertrek. De sociale littekens bleven: achterdocht, uitsluiting en pijn in dorpsgemeenschappen, ook onder kerkelijke kringen.
Sommigen maakten van de crisis een religieuze beproeving. Organisatieadviseur Lau Jansen (63) beleefde de ruimingen en protesten intens en zette zich jarenlang in om ambtelijke stukken en laboratoriumuitslagen boven water te halen via openbaarheid van bestuur. Hij vond onregelmatigheden in de dossiers, maar voor de rechter waren die bewijsbaar onvoldoende om onrechtmatig optreden van de overheid vast te stellen. Jansen zegt dat de gebeurtenissen zijn leven religieus hebben veranderd. Voor jonge mensen zoals Jannine van Woerden (destijds 12) leidde het verlies van twee hobbygeiten tot een geloofscrisis, later gevolgd door een hernieuwd geloof en aandacht voor pastorale zorg. Verschillende geïnterviewden benadrukken dat pastorale begeleiding voor boeren en kinderen destijds ontbrak en nog altijd gemist wordt.
De wetenschappelijke en beleidslessen zijn duidelijker geworden. Arjan Stegeman, hoogleraar gezondheid van landbouwhuisdieren en voorzitter van de Deskundigengroep Dierziekten, stelt dat de kans op een herhaling kleiner is door verbeterde draaiboeken: bij een uitbraak wordt in de omgeving snel gevaccineerd om verspreiding te beperken. Tegelijk wijst hij op technische en handelsproblemen rond vaccinatie: in gevaccineerde populaties is het moeilijker en trager om een uitbraak op te sporen, en landen verliezen minstens een jaar hun MKZ-vrije status als ze stoppen met vaccineren — een belangrijk nadeel voor export. Ook benadrukt Stegeman de noodzaak van strikte, eenduidige documentatie van bloedmonsters, om verwarring zoals bij het kalf uit Kootwijkerbroek te voorkomen. De huidige Europese variant lijkt genetisch op die in Duitsland en werd voor het eerst in 2018 in India gevonden, waarna hij zich mondiaal verspreidt.
Praktische maatregelen lopen door: LTO Nederland waarschuwt voor de recente uitbraak in Griekenland en roept op tot waakzaamheid; de NVWA heeft reinigingsregels aangescherpt voor veewagens uit Griekenland. Boeren roepen ook om publiekseducatie, vooral rond reisgedrag van vakantiegangers en hygiëne op luchthavens, omdat menselijk vervoer van vleeswaren en diertransporten het virus kan verplaatsen.
Samengevat: MKZ is nog steeds aanwezig in Europa en blijft niet alleen een veterinaire uitdaging, maar ook een bron van langdurige sociale en emotionele schade voor boerengezinnen en dorpsgemeenschappen. Er is sindsdien technisch en organisatorisch veel verbeterd, maar de balans tussen ziektebestrijding, handel, transparantie en het herstellen van vertrouwen in de overheid blijft kwetsbaar.