Ouderling Johan den Haan aarzelt bij overeenstemming GG-GGiN: „Algemeen aanbod van genade is wezenlijk voor geloof en zekerheid"

vrijdag, 10 april 2026 (12:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Johan den Haan uit Oostkapelle reageert met zorg op het recent openbaar gemaakte document van overeenstemming (dvo) tussen de GG en de GGiN over het aanbod van genade. Waar velen een toenadering verwelkomen, meent Den Haan dat het dvo het onderwerp eenzijdig afbakent doordat het kanttekeningen plaatst bij kernwoorden als algemeen, welmenend en onvoorwaardelijk. Hij vreest dat die formulering predikanten terughoudend kan maken in het eenvoudig en vrij aanbieden van Christus, en dat het risico bestaat dat men uiteindelijk in een andere dwaling terechtkomt — met name richting hypercalvinisme.

Den Haan is geen buitenstaander: hij deed sinds eind 2022 bijna drie jaar lang systematisch onderzoek naar het aanbod van genade en publiceerde de resultaten digitaal en op zijn site aanbodvangenade.nl. Hoewel hij zich inmiddels deels op AI-gerelateerd werk en studie richt, voelt hij zich verantwoordelijk vragen binnen de GG te beantwoorden nu zijn onderzoek meer aandacht krijgt. Volgens hem is eenheid tussen kerkverbanden belangrijk, maar moet een document dat daarop mikt zorgvuldig en eenduidig formuleren; het moet niet ruimte laten voor meerdere interpretaties die de rijke kerktraditie ondermijnen.

Theologisch benadrukt Den Haan dat het aanbod van genade inhoudt dat Christus in het evangelie aan alle hoorders wordt voorgesteld met een bevel tot bekering en geloof. Hij waarschuwt tegen het gebruik van termen die suggereren dat het aanbod al een feitelijke schenking is; tegelijk erkent hij historische formuleringen (zoals bij de Marrowmen) die het aanbod een daad van gave noemen. Historisch onderzoek leert volgens hem dat gereformeerde theologen altijd met een bandbreedte van interpretaties hebben gewerkt om het algemene aanbod te verbinden met leer van uitverkiezing — en dat het schuiven in die taal gevaarlijk kan zijn, zoals het voorbeeld van de Engelse Strict Baptists illustreert, die in twee eeuwen tot de ontkenning van een algemeen aanbod kwamen.

Op het punt van beloften pleit Den Haan ervoor niet te zeggen dat beloften niet voor onbekeerden bestemd zijn. Hij volgt oudvaders en puriteinen in de gedachte dat beloften weliswaar betrekking hebben op de uitverkorenen maar dat alle hoorders recht van toegang tot die beloften hebben. Pastorale praktijk moet volgens hem meer, niet minder, op Christus wijzen: wie Christus ziet, wordt dieper schuldverslagen en geneigd tot echt geloof, zonder dat zekerheid vooraf een voorwaarde wordt om het evangelie te horen.

Concreet roept Den Haan op het dvo te herformuleren: bij elk kernwoord twee toelichtingen opnemen die zowel naar arminiaanse als naar hypercalvinistische misstanden afbakenen, zodat de belijdenisschriften niet éénzijdig “gelezen” hoeven te worden en predikanten vrijelijk het heil van Christus kunnen blijven aanbieden.