Reformatorische kerken verschillen minder dan het lijkt
In dit artikel:
Ds. M. van Reenen, hersteld hervormd predikant en evangelist in Vledderveen, betoogt dat reformatorische kerken wel degelijk van elkaar verschillen, maar vaak dichter bij elkaar staan dan van buitenaf lijkt. Een persoonlijke anekdote uit de jaren zeventig illustreert dat: een hervormd gemeentelid verhuisde van Zuid‑Holland naar Drenthe, vermeed aanvankelijk de lokale vrijzinnige kerk en werd uiteindelijk thuisgevoeld in de “zwartekousenkerk” van Vledderveen — een onverwachte herkenning die laat zien hoe snel grenzen kunnen vervagen.
Aan de oppervlakte leveren gemeenschappelijke voorkeuren —zelfde politieke keuze, kranten, scholen en oude psalmberijming— de indruk van een eenheid. Maar wie dichter kijkt, ziet wezenlijke verschillen: een kanselruil tussen oud‑gereformeerd en Nederlands gereformeerd zou moeilijk verlopen; preken van voorgangers uit andere verbanden roepen soms serieuze bezwaren op. Tegelijk bestaan er sterke inhoudelijke overeenkomsten: tijdens synodale besprekingen tussen Gereformeerde Gemeenten en Gereformeerde Gemeenten in Nederland bleek overeenstemming over de formulering van het aanbod van genade, onder voorwaarden over prediking. Ook literaire voorkeuren zoals die voor R.M. McCheyne tonen onder predikanten over de grenzen heen geestelijke herkenning.
Van Reenen signaleert een cultuur van afbakening waarbij focussen op verschillen die verschillen versterkt — wat leidt tot wantrouwen en een eigen stijl van prediken die vooral bezig is afstand te bewaren. Als remedie pleit hij voor relativering en gerichtheid op de kern: laat predikanten hun preken beluisteren alsof ze buitenstaanders zijn, stel bij gesprekken open de vraag “Wat staat er voor jou op het spel?” en denk na over wat je aan iemand zou vertellen die nog nooit van Jezus heeft gehoord. Meer inzet op evangelisatie kan volgens hem verbindend werken; accentverschillen zijn onvermijdelijk omdat men verschillende plaatsen heeft in het ‘militia Christi’ (het leger van Christus), maar mogen geen reden zijn broeders meer te bevechten dan de echte vijand.
Praktische aanbevelingen zijn zelfonderzoek, openhartige dialoog over wat werkelijk speelt en nederigheid door vergelijking met geestelijke voorbeelden. Zo kunnen reformatorische gemeenten hun accentverschillen bewaren zonder dat die leiden tot onnodige verwijdering.