Stichting Barjona bezoekt uitgaande jongeren in Urk: „Paar biertjes in het weekend moet kunnen"

maandag, 6 april 2026 (19:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Elke zaterdagavond trekken vrijwilligers van Stichting Barjona — mensen uit acht reformatorische kerken op Urk — het uitgaansgebied in om jongeren aan te spreken en te wijzen op het christelijk geloof. De groep, officieel opgericht in 2005 op initiatief van de inmiddels overleden Louw Korf, begint de avond steevast met gebed en Bijbellezen in iemands huis of een consistoriekamer, gaat in tweetallen de straat op om A6‑folders uit te delen en sluit ook weer af met gebed.

Doel van Barjona is niet politioneel toezicht maar evangeliseren: jongeren duidelijk maken dat echt geluk volgens hen bij God te vinden is en niet in het uitgaansleven. De naam Barjona verwijst deels naar “kroeg” maar ook naar de bijbelse “zoon van Jona”, een knipoog naar de weglopende profeet. Vrijwilligers spreken Urkers, delen folders met titels als “Bin jie gelokkig” en willen geen informatie doorgeven aan ouders; zoals een van hen zegt: “Barjona is geen KGB van de kerk.”

Ze hebben al lang afspraken met horeca‑eigenaars: binnengaan doen ze niet om conflicten te vermijden. De ontmoetingen variëren van kort, lichtvoetig contact tot serieuze gesprekken. Soms reageren jongeren afwijzend of ruw — er zijn incidenten geweest zoals een vrijwilliger die werd aangevallen en een ambtsdrager die bier over zich heen kreeg — maar er zijn ook persoonlijke momenten: jonge mensen die vragen om gebed of terugkeren naar kerkelijke vormen van catechisatie na een ontmoeting op straat.

Vrijwilligers merken veranderingen in het uitgaansgedrag van Urkse jongeren: kroegen zijn minder vol, veel jongeren zitten nu buiten onder veranda’s of op andere plekken; daarnaast zijn er lokale afspraken tussen gemeente en horeca om alcohol‑ en drugsgebruik tegen te gaan. Of Barjona daar direct invloed op heeft, kunnen de vrijwilligers niet hard maken met cijfers, maar ze zien wel dat jongeren tegenwoordig minder vijandig reageren dan twintig jaar geleden en vaker gesprekken aanknopen.

Het werk vereist uithoudingsvermogen en veel gebed; soms voelt het als “trekken aan een dood paard”, maar vrijwilligers herinneren zich ook concrete keren waarin gesprekken tot verandering leidden. Ondanks tegenwind blijven ze op straat aanwezig in de overtuiging dat hun inzet vruchten kan dragen en dat God nog “bemoeienis” heeft met hun dorp.