Vloeken maakt wellicht sterker, maar zet wel het heilige van God op het spel
In dit artikel:
Onderzoek van Keele University toont dat vloeken kortdurend kan helpen: het werkt als een psychologisch hulpmiddel om scherper te focussen en het uithoudingsvermogen tijdelijk te vergroten. Psychologie Magazine rapporteerde over die bevindingen en bevestigt dat het taboe rond scheldwoorden mede bepaalt waarom ze zo’n krachtig effect hebben. Alternatieve, “zachtere” woorden blijken veel minder effectief; ook de klankstructuur van een woord speelt een rol: harde medeklinkers versterken het effect meer dan zachte klanken. Belangrijk is dat het voordeel van vloeken vluchtig is: wie structureel vloekt merkt vaak geen pijnstilling of prestatieverbetering meer.
De auteur wijst erop dat het interessant zou zijn om te onderzoeken of positieve triggers — bijvoorbeeld humoristische woorden die het beloningssysteem van de hersenen stimuleren — soortgelijke of betere effecten kunnen hebben zonder het negatieve taboe te activeren. Daarmee wordt gesuggereerd dat er wellicht alternatieven bestaan die functioneel zijn zonder de sociale en morele nadelen.
Naast de psychologische kant legt de tekst sterke nadruk op de ethische en religieuze dimensie. Effectiviteit is niet automatisch morele rechtvaardiging: net omdat iets werkt (zoals propaganda of harde straf) wil dat nog niet zeggen dat het goed is. Vanuit een christelijk-moreel perspectief wordt vloeken vooral beoordeeld als een veronachtzaming van het heilige: het misbruiken van Gods naam wordt gezien als diep ongepast. De schrijver plaatst dit in het kader van het kruis van Jezus, die volgens de tekst zichzelf tot een vloek maakte om mensen te verzoenen; dat lijden benadrukt zowel de ernst van vloeken als de genade die ook de vloeker kan bereiken.
De auteur is directeur van de Bond tegen Vloeken en combineert wetenschappelijke inzichten met een religieuze en morele overweging: vloeken kan tijdelijk functioneel zijn, maar roept vragen op over toelaatbaarheid en respect voor het heilige, en verdient daarom kritische bezinning en het zoeken naar minder schadelijke alternatieven.