Voor Duitsers verstopte kerkelijke voorwerpen gevonden in bodem Noordwijkerhout
In dit artikel:
Tijdens archeologisch veldwerk in Noordwijkerhout trof bureau Transect onder leiding van archeoloog Jurgen Rap onverwacht een bundel met metalen voorwerpen aan die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn begraven. Hoewel het onderzoek op prehistorische resten was gericht, kwamen bronzen en koperlegeringstukken bovendag: een kandelaar, een schaal (mogelijk voor gebak of hosties), een Bijbel- of boekhouder, een fragment van een kroonluchter, een muurhaak met kroonsymbool, een handvat en een klein rond doopschaaltje. De objecten waren zorgvuldig bijeengelegd en ingepakt in kranten uit juli 1941, wat duidt op opzet en de bedoeling ze later terug te halen.
Rap vermoedt dat de spullen uit een kerk of kapel afkomstig zijn, maar tot nu toe konden lokale kerken en historische verenigingen geen match geven. Door jaren in de grond zijn de metalen kwetsbaar geworden; na verder onderzoek worden ze overgedragen aan het provinciaal archeologisch depot in Zuid-Holland.
De datering in juli 1941 sluit aan bij de Duitse Metalgutverordnung van een maand eerder, toen metalen massaal werden gevorderd voor de oorlogsindustrie — een belangrijke drijfveer voor mensen om waardevolle metalen te verbergen. Bovendien vormde de kuststreek, waaronder Noordwijk en omgeving, dat jaar een zwaar bewaakte Duitse verdedigingspost binnen de Stützpunktgruppe Katwijk en de Atlantikwall; onder andere strandbezoeken en nachtelijke aanwezigheid op het strand werden toen al verboden. De vondst illustreert hoe inwoners in de bezettingsperiode probeerden culturele en religieuze bezittingen te beschermen.