„We overschatten onszelf en onze tijd als we denken de oude wijsheid niet nodig te hebben"

vrijdag, 10 april 2026 (16:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Ds. M.K. de Wilde, predikant van de hervormde gemeente in Nunspeet, stelt in De Waarheidsvriend vast dat geloofsbelijdenissen in onze tijd weinig genegenheid oogsten. Terwijl veel mensen het al snel taboe vinden iets "ketters" te noemen, vervullen belijdenissen volgens hem juist een belangrijke taak: ze maken het geloof concreet en trekken lijnen tegen dwalingen.

De Wilde wijst erop dat hedendaagse culturele overtuigingen vaak onbewust en diep verankerd zijn — wat Tim Keller "achtergrondovertuigingen" noemt — waardoor het moeilijk is die invloed te ontlopen, ook binnen kerken. Daarom pleit hij voor een leven met een open Bijbel: persoonlijk en als gemeente je laten vormen door Gods woord. Dat leidt tot een ontvangen identiteit, niet tot zelfgemaakte zingeving; mensen zijn eerst "in Adam" en kunnen door Christus nieuw worden gevormd (verwijzing naar Romeinen 5).

Verder benadrukt hij dat traditie en herinnering waardevolle bronnen van wijsheid zijn en dat een blind geloof in vooruitgang geen recht doet aan de complexe geschiedenis van menselijk voortgang en verval. De Bijbel presenteert een God die spreekt en van wie woorden gehoorzaamd en bewaard moeten worden, ondanks taal- en interpretatieproblemen.

Ook de kerkelijke instituties krijgen aandacht: hoewel gezag misbruikt kan worden, erkent de Schrift gezin, overheid en kerk als door God gegeven ordeningen. In de pastorale brieven ziet De Wilde aanwijzingen voor het belang van instituionele structuren, met bekwame ambtsdragers en het bewaken van gezonde leer — en mogelijk al vroege vormen van belijdenis in teksten als 1 Timotheüs en 2 Timotheüs.

Kortom: belijdenissen zijn volgens De Wilde onmisbare instrumenten om geloof helder te houden, gemeenschap te vormen en traditie en Schrift serieus te blijven nemen in een cultuur die er vaak voorbij lijkt te willen.