Wekelijkse meditatie: Groeten aan/van...
In dit artikel:
Paulus laat in de slotverzen van zijn brief aan de Filippenzen zien hoe christenen met elkaar verbonden zijn, ook als zij ver van elkaar wonen. Vanuit zijn gevangenis in Rome groet hij alle gelovigen in Filippi, namens zichzelf en de christenen die bij hem zijn. In de tijd van Paulus waren zulke groeten meer dan een beleefdheidsformule: ze vormden een aanleiding om met elkaar te spreken over het geloof en over wat God doet.
De groeten komen bovendien van alle heiligen in Rome, onder wie mensen die verbonden zijn aan het huis van keizer Nero. Daarmee blijkt volgens de schrijver dat het Evangelie menselijke grenzen en maatschappelijke standen doorbreekt. Zelfs aan het keizerlijke hof zijn mensen tot het geloof in Christus gekomen. Mogelijk waren sommige gepensioneerde Romeinse soldaten in Filippi bekenden van deze kringen.
De diepste band tussen christenen is niet hun afkomst of woonplaats, maar de genade van Jezus Christus. Paulus bidt de Filippenzen toe dat die genade met hen zal zijn terwijl zij in de weg van Gods Woord blijven wandelen. De passage moedigt lezers aan ontvangen groeten te benutten voor geloofsgesprekken en de verbondenheid met christenen overal en door alle tijden heen te erkennen.
Vandaag Inside: Estavana Polman stellig over babynaam In de Wandelgangen: ‘Dat wordt het niet…’