Wekelijkse meditatie: Schriftuurlijke verklaring

zaterdag, 23 mei 2026 (20:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Op Pinksterdag, kort na Jezus’ hemelvaart, werd in Jeruzalem de Heilige Geest uitgestort: de apostelen werden vervuld, begonnen in vreemde tongen te spreken en getuigden openlijk van Gods werken. Het wonder verbrak de vroegere spraakverwarring en maakte voor omstanders duidelijk dat er iets van Gods zijde gebeurde; velen raakten onder de indruk en vroegen wat er aan de hand was.

Petrus nam het woord en legde het gebeuren uit als de vervulling van profetieën (onder anderen Joël) en als bewijs van Christus’ opstanding en verhoging. Hij citeerde psalmen en zette David’s woorden in een nieuw licht: wat eeuwen eerder geschreven leek, verwees volgens hem direct naar de levende Heiland. Peter verbond Schriftuitleg met de realiteit van Jezus’ lijden, sterven en opstanding, en toonde zo aan dat Gods plan door de Hebreeuwse geschriften heen zichtbaar was.

De schrijver benadrukt twee centrale waarheden: de Heilige Geest werkt niet los van het Woord, maar geeft het Woord macht om dode zondaren levend te maken; en de Geest overtuigt mensen van de noodzaak en het volbrachte karakter van Christus’ verzoening. Het resultaat was concreet: die dag werden naar traditie ongeveer drieduizend mensen bekeerd en ingelijfd bij de gemeenschap van gelovigen. Tegelijk blijven er altijd spotters en twijfelaars die buiten blijven.

De kernboodschap is urgent: de Geest en de Schrift samen roepen tot bekering en geloof, en wie niet ingaat op dat heil blijft uitgesloten bij het uiteindelijke oordeel. Luister daarom hier en nu naar het heilbrengende woord dat Pinksteren verkondigt.