Word je gemist als je niet naar de kerk komt?
In dit artikel:
Dichteres Anne Lies Mossel uit Groningen (oorspronkelijk uit Ridderkerk) kan door een burn‑out al twee jaar niet naar de kerk. Vanaf de bank in haar woonkamer volgt ze zondagsdiensten via video; voor het scherm staat een beeldje van een mus als herinnering aan Psalm 84. Op zondag 11 januari voelde ze tijdens de dienst een overweldigend gemis en schreef ze ter plekke het gedicht "Zondag", waarin ze het gevoel verwoordt niet meer te horen bij de gemeente, zich onbeduidend te voelen en te worstelen met lichamelijke en geestelijke kwetsbaarheid.
Mossel woont in Slochteren, een regio die door aardbevingen is getroffen; haar gezin is pas drie maanden terug in een aardbevingsbestendige woning nadat het eerdere onveilige gevoel het gezin met vier dochters zwaar belastte. Die ervaring van onveiligheid speelt mee in hoe zij kerkzijn en verbondenheid ervaart. In het gedicht gebruikt ze het bijbelse beeld van de kerk als lichaam en stelt de vraag of de gemeenschap nog weet wie de zwakke delen zijn; tegelijk worstelt ze met een innerlijke stem die haar zegt dat ze er niet toe doet.
Toen Mossel het gedicht via haar Facebookpagina deelde, leidde dat tot een grote stroom reacties. Veel mensen herkenden haar ervaring en deelden persoonlijke verhalen over thuis meeluisteren of over niet gezien worden in kerkgemeenschappen. Die herkenning doet haar goed, maar is ook confronterend: het bevestigt volgens haar dat groepen geneigd zijn zich te richten op de zichtbaren en dat afwezigen gemakkelijk vergeten raken. Sommige reacties waren echter onbeholpen of pijnlijk — adviezen als "ga de natuur in" of het idee dat zieken zelf duidelijk moeten maken wat ze nodig hebben — omdat mensen met weinig energie dat vaak niet kunnen.
Mossels zus Maria, die ME/CVS heeft en meestal ook niet naar de kerk kan, reageerde bemoedigend en herkent de complexiteit van contact bij bijeenkomsten: soms is een praatje juist extra belastend; liever is men "stil aanwezig". Mossel waardeert zulke praktische vormen van zorg: een appje voor de dienst, of iemand die thuis meeluistert, maakt volgens haar een groot verschil.
Mossel zoekt naar een manier om te leven met gebrokenheid en hoopt dat kerkgemeenschappen de zwakken daadwerkelijk blijven beschermen en herinneren. Haar gedicht heeft een breed gesprek op gang gebracht over zichtbaarheid, kwetsbaarheid en de concrete manieren waarop gemeenschappen hun afwezige leden kunnen ondersteunen.